“De Kleur”
De overtuiging, dat kunstenaars zich optimaal kunnen uitdrukken door middel van beeldende middelen in plaats van door woorden, is voor Louise van Terheijden een waarheid. Zij spreekt via haar schilderijen een taal die aan zeggingskracht elke verbale toevoeging overbodig maakt. Desondanks heeft de auteur de uitdaging wel of niet overbodig te worden, aanvaard.
De tekeningen en schilderijen van Louise van Terheijden zijn opgebouwd uit een samenspel van kleuren en lijnen, uit een spel van schilderachtige en grafische facetten.
In haar tekeningen is deze tweedeling sneller waarneembaar dan in haar schilderijen, omdat de scheiding tussen de zwarte grafische gegevens op een ondergrond van felle, overwegend blauw-en oranjeachtige tinten voor een optimaal contrast zorgt. Dit houdt echter niet in dat er dan ook een duidelijke scheiding is tussen voor-en achtergrond. Deze staan in wisselwerking met elkaar. Waarneembaar is juist het evenwicht en de harmonie die uit dit samenspel zijn ontstaan.
In haar schilderijen is het grafische onderdeel bijna geheel opgenomen in het totaalbeeld. De ovaal, driehoek en lijn in interactie met de schilderachtige elementen bepalen de compositie.
Het hoofdthema van het werk van Louise van Terheijden wordt gevormd door geabstraheerde figuraties waaruit de toeschouwer een steeds terugkerend gegeven kan waarnemen: de mens. De verhouding tussen mens en kosmos, tussen mens en omgeving en tussen mensen onderling speelt een belangrijke rol.
Louise gebruikt dit gegeven keer op keer, als het ware als een herhaling die tenslotte als een automatische handschriftelijkheid betekenisvolle associaties oproept. Deze herhaling betekent voor Louise evenals voor de toeschouwer een zoeken, overwegen voelen en tenslotte een intuïtief vinden.
Het opgeleverde resultaat is geen vaststaand eindpunt, maar een tussenstadium in het zoeken naar een volgend resultaat.
Louise laat archetypen ontstaan; oerbeelden van menselijke grondervaringen die bestaan in ons collectieve onderbewustzijn. Een geloof in het tekenen en schilderen als visualisering van de oerbron van het kunstwerk.
Bij de auteur worden associaties opgeroepen aan de theosofische vormentaal en de gedachtenvormen. Enerzijds is het werkproces van Louise als het ware een evolueren vanuit het concreet zichtbare naar het abstracte zelfstandige teken; vanuit materie naar vergeestelijking. Anderzijds doen de vormen en kleuren die in haar schilderijen en tekeningen zichtbaar gemaakt zijn, denken aan een theosofisch essay uit 1903 van A. Besant, “Gedachtenvormen”.
Besant onderscheidt drie algemene beginselen die aan de gedachtenvormen ten grondslag liggen: “De hoedanigheid van de gedachte bepaalt de kleur, de aard van de gedachte bepaalt de vorm en de beslistheid van de gedachte bepaalt de duidelijkheid van omtrek”.
Onbewust heeft Louise gewerkt met deze beginselen en hen samengevoegd tot een harmonisch geheel. Zij heeft in haar werk een evenwicht gecreëerd tussen de geestelijk waargenomen vorm en de beeldende middelen die haar ter beschikking staan.
Diana Franssen.





